AMSTERDAM – Een serie metingen aan resten uit een Japans meer maakt ouderdomsschattingen van fossielen een stuk preciezer.

Dat meldt een team van wetenschappers van onder meer de Universiteit van Groningen vrijdag in Science.

Wetenschappers gebruiken verschillende methoden om te schatten hoe oud vondsten uit het verleden zijn. Een ervan is koolstofdatering. Deze methode is gebaseerd op de verhouding van gewoon koolstof, dat zes protonen en zes neutronen bevat, en koolstof-14, dat zes protonen en acht neutronen bevat.

Dit C-14 ontstaat hoog in de atmosfeer onder invloed van straling uit stikstof en is radioactief: het vervalt na verloop van tijd spontaan terug tot stikstof. Het duurt 5730 jaar voordat de helft van de radioactieve koolstof tot stikstof is teruggebracht.

Planten en dieren

Planten en dieren maken geen onderscheid tussen C-12 en C-14, ze nemen het op in hun weefsel in dezelfde verhouding als die in de lucht om hen heen: een op de triljoen koolstofatomen is een C-14.

Overlijden ze, dan nemen ze geen koolstof meer op, maar vervalt het C14 nog wel, waardoor de verhouding tussen die twee verandert. Het is de verhouding in de lucht die de onderzoekers ter discussie stellen.

Deze verhouding is namelijk variabel, bijvoorbeeld door de toename van koolstofdioxide in de atmosfeer, waardoor er correcties nodig zijn. Die maken de schattingen minder precies. Zo niet in het Japanse Suigetsnumeer. De bodem van dit meer is erg kalm en bevat geen zuurstof, waardoor het tienduizenden jaren onaangetast is gebleven.

Gestorven Algen

Op die bodem hebben zich jaar na jaar laagjes gestorven algen gevormd, onderbroken door laagjes slib met daarin fossiele bladeren die direct afkomstig waren uit de atmosfeer. Die laagjes vormden een bijna perfect archief, dat de onderzoekers koppelden aan de koolstofdatering uit de algen en bladeren.

Zo konden ze 52.800 jaar terugkijken. Tot nu toe ging de oudst mogelijke meting waarbij geen correcties nodig waren, uit hoge bomen met jaarringen, 12.593 jaar terug. Met de nieuwe meting komen de wetenschappers dichtbij de limiet van koolstofdatering. Bij materiaal dat meer dan 60.000 jaar oud is, is de hoeveelheid C14 te klein om het nog te kunnen meten.

De nieuwe meting vormt een tijdsschaal die kan worden gebruikt om andere metingen te ijken, stellen de onderzoekers. Het kan nieuw licht werpen op het verdwijnen van de neanderthalers en de verspreiding van de moderne mens over Europa, door de koolstofdateringen die daarmee te maken hebben naast deze koolstofdatering te leggen.

Schattingen

De eerder gedane schattingen op basis van koolstofdatering zullen door de nieuwe ontdekking niet extreem veranderen, melden de onderzoekers in de nieuwe Science-publicatie. Het zal hooguit om enkele honderden jaren gaan op een schaal van vele duizenden.