AMSTERDAM – Wetenschappers hebben een genetisch gemanipuleerde muis gecreëerd, die extreem gevoelig is voor de geur van explosieven. In de toekomst zijn de dieren mogelijk in te zetten voor het opsporen van landmijnen.

Dit presenteren Amerikaanse onderzoekers woensdag op het jaarlijkse congres van The Society for Neuroscience.

Er stappen jaarlijks tienduizenden burgers op landmijnen die zijn blijven liggen na gewapende conflicten.

Het opruimen van de explosieven is duur en bovendien gevaarlijk. Tegenwoordig zet men in sommige gevallen dan ook ratten in die getraind zijn om de bommen op te sporen. Zo’n training is erg arbeidsintensief en duurt negen maanden. Het huidige onderzoek ging op zoek naar een efficiëntere methode.

Eiwit

De wetenschappers richtten zich op een specifiek eiwit, een zogenoemde geurreceptor. Deze bevindt zich in de neus en geeft een signaal aan de hersenen af wanneer het met de geur van het explosief DNT in aanraking komt.

Met een genetische manipulatie slaagde men er in om extra geurreceptoren aan te maken in de neuzen van muizen. Tot wel 250 keer meer dan in die van normale dieren. De muis is hierdoor hypergevoelig voor de geur van explosieven.

Chip

De dieren kunnen worden uitgezet op plekken waarvan men vermoedt dat er landmijnen liggen begraven. Een geïmplanteerde chip zou vervolgens informatie naar een computer kunnen zenden over veranderingen in het gedrag van de muis.

Hieruit kan worden opgemaakt waar en wanneer het dier een mijn detecteert. De dieren zijn zelf niet zwaar genoeg om een mijn tot ontploffing te brengen.

Veldtesten moeten nog plaatsvinden. De onderzoekers hopen dat de dieren binnen vijf jaar kunnen worden ingezet.