AMSTERDAM – Hadrosauriërs, een groep plantenetende dinosauriërsoorten, blijken over veel ingewikkelder tanden beschikt te hebben dan alle andere dinosauriërs

Hun gebit heeft veel weg van een paardengebit. Dat schrijven biologen van Florida State University en paleontologen van het Natuurhistorisch Museum in New York in het nummer van Science dat vrijdag verschijnt. 

De hadrosauriërs vormen een grote groep plantenetende dinosauriërs, die tussen ongeveer 150 miljoen en 65 miljoen jaar geleden veel voorkwamen in het huidige Azië, Noord-Amerika en Europa. Ze beschikten over een vogelachtige bek, liepen op twee poten en werden ongeveer 8,5 meter lang. 

Dat ze zo lang in grote getalen aanwezig waren, kan volgens de onderzoekers wel eens door hun geavanceerde gebit gekomen zijn. Reptielen, ook die van nu, hebben vrijwel altijd eenvoudige tanden waarmee het vermalen van plantaardig voedsel niet mogelijk is.

Kapot

Dit vermalen is een belangrijke activiteit, omdat daarbij de stevige plantencelwanden kapot worden gemaakt. Hierdoor kunnen voedingsstoffen uit het voedsel worden vrijgemaakt.

Grazers zoals paarden en koeien ontwikkelden ingewikkelde, platte kiezen om hun voedsel te vermalen, maar dat deze dinosauriërs hen daarin al miljoenen jaren zijn voorgegaan, was nog niet bekend.

De Amerikanen bestudeerden eerst gebitten van fossielen. Vervolgens onderzochten ze hoe deze gebitten in de praktijk gewerkt moeten hebben door er een model van te maken. Ze concluderen dat de hadrosauriërtanden even complex waren als die van de huidige grazers.

De kiezen bestonden uit zes verschillende harde en zachte materialen, terwijl gewone reptielentanden alleen bestaan uit een wortel en de daadwerkelijke tand. Dankzij deze samenstelling kunnen de kiezen de krachten die worden uitgeoefend tijdens het malen weerstaan zonder dat ze snel afslijten.