AMSTERDAM - Vispopulaties die nauwkeurig in de gaten gehouden worden herstellen zich de laatste jaren, maar de overige tachtig procent van de zeevis niet.

Dat concluderen wetenschappers van de Universiteit van California in Santa Barbara vrijdag in Science.

Ze brengen voor het eerst alle vispopulaties in kaart die de oceanen herbergen, ook de populaties waarvan de omvang niet jaarlijks worden geschat op basis van onderzoek op zee.

Het gaat hierbij om kleine kustpopulaties, maar er zijn ook locale populaties van bekende vissoorten zoals kabeljauw en haring die niet nauwkeurig worden geschat.

Wel registreert de Voedsel en Landbouworganisatie (FAO) hoeveel er van die vis gevangen wordt, maar deze cijfers zijn onvolledig en bevatten veel fouten.

Visserijbiologen

Het onderzoek komt voort uit een discussie tussen visserijbiologen en ecologen over de toestand van de vispopulaties in de oceanen. Een team wetenschappers voorspelde in 2006 dat als er geen rem werd gezet op de visserij, in 2048 alle zeeën leeggevist zouden zijn.

De onderzoekers bouwden een model waarin ze gegevens van de wel goed onderzochte bestanden koppelden aan de vangstcijfers van de niet-geschatte populaties en biologische gegevens zoals de verspreiding en voortplantingssnelheid van de soorten.

Duurzaam niveau

Zo berekenden ze of deze niet eerder geschatte soorten op een duurzaam niveau worden bevist. Met maximaal duurzame bevissing wordt bedoeld dat de opbrengst voor de visser maximaal is, zonder dat de populatie daardoor krimpt.

Vierenzestig procent van de ongeschatte populaties blijkt onder dit duurzame niveau te zitten. Bij de geschatte populaties is dat drieënzestig procent.

Echter, terwijl de wel geschatte populaties sinds een jaar of tien weer herstellen en bijna allemaal vlak onder het duurzame niveau liggen, krimpen de niet-geschatte populaties en ligt hun grootte rond rond tweederde van het duurzame streefniveau.

Kleine populatie

Het gaat vooral slecht met de kleine populaties, die in totaal één procent van de vangst uitmaken maar van groot belang zijn voor lokale vissers. Veel van die populaties bevinden zich in de Middellandse Zee.

Dat een populatie niet op het duurzame streefniveau ligt, betekent niet dat die op instorten staat, daarvoor geldt een waarde ie ruim twee keer zo laag ligt.

'De oceaan zal dus in 2048 niet leeggevist zijn, want heel veel bestanden bevinden zich op een redelijk,' zegt hoofdonderzoeker Christopher Costello, 'maar met name voor de kleine visserijen zijn herstelmaatregelen nodig.'