TILBURG - Onderzoekers van Tilburg University, University of California San Francisco en het VU Medisch Centrum hebben aanwijzingen gevonden dat depressie bij hartpatiënten gerelateerd is aan het het aantal witte bloedcellen in het lichaam.

De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Psychoneuroendocrinology.
 
Gedurende zes jaar hebben de onderzoekers 667 hartpatiënten gevolgd en jaarlijks gevraagd in welke mate zij depressieve gevoelens ervaren. Ook werd aan de hartpatiënten gevraagd bloed af te staan, om het aantal witte bloedcellen te bepalen.

Deze witte bloedcellen zijn een indicatie van een ontsteking ergens in het lichaam. Daarnaast zijn deze cellen ook betrokken bij het ontstaan van aderverkalking, een belangrijke voorloper van hart- en vaatziekten.

Uit de resultaten kwam naar voren dat hartpatiënten die herhaaldelijk depressieve gevoelens rapporteerden hogere concentraties afweerstoffen in hun bloed hadden, en dus meer ontsteking of aderverkalking, dan hartpatiënten die geen of eenmalig depressieve gevoelens rapporteerden.

Roken

Uit eerder onderzoek was al gebleken dat gezondheidsgedragingen als roken, weinig fysieke activiteit en overgewicht geassocieerd zijn met zowel depressieve klachten als afweerstoffen.

Daarom hebben de onderzoekers ook onderzocht of gezondheidsgedrag de relatie tussen depressieve klachten en witte bloedcellen zou kunnen verklaren. De gezondheidsgedragingen bleken echter geen invloed te hebben op de relatie tussen depressie en het aantal witte bloedcellen.

Mogelijk verklaren hogere aantallen witte bloedcellen dus waarom hartpatiënten met aanhoudende of terugkerende depressieve klachten een groter risico lopen opnieuw een hartaanval te krijgen of te overlijden aan hartproblemen, in vergelijking tot niet-depressieve hartpatiënten. Dat biedt nieuwe aanknopingspunten voor de behandeling van depressieve hartpatiënten.