AMSTERDAM - Onderzoek door Europese astronomen, onder wie Hugues Sana en Alex de Koter van de Universiteit van Amsterdam, heeft uitgewezen dat heldere, zware sterren zelden alleen zijn.

Onverwacht veel van deze sterren blijken een nabije begeleidende ster te hebben.

En verrassend genoeg ondergaan de meeste van deze dubbelsterren ontwrichtende interacties, zoals massa-overdracht van de ene ster naar de andere.

In veel gevallen komt het waarschijnlijk zelfs tot een fusie van beide sterren (Science, 27 juli). De onderzochte sterren, die formeel sterren van spectraaltype O worden genoemd, zijn heel anders dan onze zon.

Ze zijn minstens vijftien keer zo zwaar en hebben een oppervlaktetemperatuur die zes keer zo hoog is. Ondanks die grote massa leven de O-sterren maar heel kort: binnen enkele miljoenen jaren zijn ze door hun brandstof heen.

Onderzoek

De astronomen hebben 71 van deze stellaire zwaargewichten in onze Melkweg onderzocht, in de meeste gevallen met de Very Large Telescope in Chili. Uit een nauwgezette analyse van het licht dat deze sterren uitzenden blijkt driekwart ervan een dubbelster is.

Maar belangrijker is dat in veel gevallen de afstand tussen beide sterren klein genoeg is om onderlinge interacties mogelijk te maken. In 40 tot 50 procent van de onderzochte gevallen vinden massa-uitwisselingen plaats, en in nog een 20-30 procent is de afstand tussen beide sterren zo klein, dat ze uiteindelijk zullen samensmelten.

Jonger

Zulke interacties zorgen ervoor dat een O-ster er in veel gevallen jonger uitziet dan hij in werkelijkheid is. En dat heeft weer tot gevolg dat de leeftijden van de stellaire populaties van verre sterrenstelsels tot nu toe waarschijnlijk onderschat zijn. In hoeverre dit nieuwe inzicht het beeld van de evolutie van deze stelsels zal veranderen, zal uit verder onderzoek moeten blijken.