AMSTERDAM – Bij weeshuiskinderen zijn de verschillende hersengebieden minder goed met elkaar verbonden dan bij kinderen die in een pleeggezin of bij eigen ouders opgroeien. 

Dat beschrijven Amerikaanse wetenschappers van de Universiteit van Maryland deze week in PNAS

De onderzoekers wilden weten wat effect is op de hersenontwikkeling van kinderen, als zij verlaten worden door hun ouders voor de leeftijd van 2,5 jaar. Het is bekend dat kinderen uit weeshuizen vaker gedragsproblemen hebben, maar de oorzaak daarvan is nog niet opgehelderd.

De wetenschappers onderscheidden in hun onderzoek kinderen die na de verlating in een weeshuis opgroeiden en zij die terecht kwamen in een pleeggezin. Ze onderzochten zowel de grijze stof in de hersenen, die verantwoordelijk is voor de daadwerkelijk hersenactiviteit, als de witte stof, die de verbinding en communicatie tussen verschillende hersendelen verzorgt.

Witte stof

Het bleek dat de grijze stof van zowel pleeggezinkinderen als weeshuiskinderen minder ontwikkeld was dan dat kinderen die niet verlaten waren. Bij de witte stof was het echter anders. Dat was bij pleeggezinkinderen net zo ontwikkeld als bij kinderen die bij hun eigen ouders opgroeiden. Bij weeshuiskinderen bleef de ontwikkeling daarvan echter ook achter.

De onderzoekers concludeerden daaruit dat verbeterende omstandigheden, zoals het opgenomen worden door een pleeggezin naar verlating door ouders, niet de grijze stof maar de vooral de witte stof verbeteren. Dat zou betekenen dat een slechte connectiviteit tussen hersendelen, en de niet de hersenactiviteit an sich, een belangrijke oorzaak is van de gedragsproblemen bij weeshuiskinderen.