AMSTERDAM - Mannetjesmotten die nog maagd zijn vliegen naar een vrouwtje toe, zodra ze haar ruiken. Dit terwijl ze nog niet voldoende zijn opgewarmd.

Hierdoor kunnen ze minder krachtig vliegen, waardoor ze mogelijk het vrouwtje mogelijk minder snel bereiken dan hun mannelijke concurrenten.

Dit schrijven onderzoekers van de University of Utah vandaag in Journal of Experimental Biology (pdf).

Het blijft nog een raadsel wie het vrouwtjes als eerste bereikt: het maagdelijke mannetje dat eerder wegvliegt of het mannetje dat wacht totdat hij zijn spieren voldoende heeft opgewarmd en dus sneller kan vliegen.

Nachtvlinder

Het gaat om de mottensoort Helicoverpa zea, een nachtvlinder die in Noord-Amerika ziektes overbrengt op gewassen als katoen, tomaat en maïs.

Het gedrag van deze insecten wordt sterk beïnvloedt door geur: ze gaan onder meer op de feromonen van de aantrekkelijkste partner af om zich voort te planten, maar vinden ook nectar door op geur af te gaan. Meer algemeen geldt ook voor andere insecten dat geur hun vlieggedrag beïnvloedt.

Feromonen

De onderzoekers plaatsen de motten in een windtunnel waar ze zes verschillende geuren in los lieten. Met een infrarood videocamera die de temperatuur van de diertjes mat, namen ze waar wanneer de motten zich begonnen op te warmen en bij welke temperatuur ze wegvlogen (video).

Motten die de vrouwtjesgeur niet roken, vlogen in willekeurige richtingen weg als ze eenmaal hun spieren hadden opgewarmd. Motten die de vrouwelijke feromonen wel waarnamen, trilden sneller met hun vleugels en vlogen vervolgens weg bij lagere temperaturen, zonder dat ze helemaal opgewarmd waren.

Het gevolg hiervan voor het voortplantingssucces van de snelle motten blijft in dit onderzoek onduidelijk.