AMSTERDAM - NASA-wetenschapper Steve Chesley heeft nauwkeurig de massa weten te bepalen van een planetoïde die regelmatig in de buurt van de aarde komt.

Daartoe heeft hij gemeten hoe sterk deze ruim vijfhonderd meter grote ruimtesteen door het ongelijkmatig uitstralen van zijn warmte van koers wordt gebracht.

Bij de meting is gebruik gemaakt van zeer exacte radarwaarnemingen die in 1999, 2005 en 2011 zijn gedaan op momenten dat planetoïde 1999 RQ36 de aarde tot op enkele tientallen miljoenen kilometers naderde.

Koers

Uit die waarnemingen blijkt dat de planetoïde de afgelopen twaalf jaar ongeveer 160 kilometer is afgeweken van de koers die werd berekend op basis van de aantrekkingskrachten van zon, maan, planeten en andere planetoïden.

De enige plausibele verklaring voor deze afwijking is het zogeheten Jarkovski-effect: een minuscule kracht die ontstaat doordat een planetoïde aan zijn zonkant warmer is dan aan zijn schaduwkant en daardoor niet in alle richtingen evenveel warmtestraling uitzendt.

Baanafwijking

Uit de verwachte grootte van de kracht en de gemeten baanafwijking kan de massa van de planetoïde worden afgeleid. Bij 1999 RQ36 rolde daar een massa van ongeveer 60 miljoen ton uit. Als je dit afzet tegen zijn omvang, geeft dat een gemiddelde dichtheid die niet veel groter is dan die van water.

Dat betekent dat 1999 RQ36 waarschijnlijk een poreus samenraapsel van gesteenten en stof is. Of dat klopt, zal snel genoeg duidelijk worden. In 2016 lanceert NASA namelijk een ruimtesonde - OSIRIS-REx - die bodemmonsters van 1999 RQ36 moet gaan ophalen.