AMSTERDAM - DNA-bewijs laat zien dat het instellen van visreservaten de aanwas van jonge vis kan verhogen, ook buiten het gebied waar niet gevist mag worden.

Dat concluderen Australische onderzoekers in de nieuwste online editie van Current Biology op basis van een studie naar koraalforel en snapper, twee veelgegeten vissoorten.

Biologen en visserijbeheerders experimenteren de afgelopen decennia regelmatig met visreservaten.

Dit zijn gebieden die volledig of bijna volledig voor (commerciële) visserij worden afgesloten. Er was al wel aangetoond dat hierdoor de vispopulatie in het afgesloten gebied meestal toeneemt, maar of dat verderop ook een effect heeft, was nog niet bekend.

Great Barrier Reef

De Australiërs bestudeerden een gedeelte van het Great Barrier Reef ter grootte van 1000 m². Op dat moment was dat gebied al enkele jaren beschermd. Ze vingen allereerst 466 volwassen forellen en 1154 snappers.

Een paar maanden later vingen ze 493 jonge forellen en 474 jonge snappers in de niet- en wel beschermde delen van het onderzoeksgebied.

Kraamkamer

Voordat ze de vissen teruggooiden, namen de onderzoekers DNA bij ze af. Uit analyse van dat DNA bleek dat 55 procent van de jonge snappers en 83 procent van de jonge forellen die in niet-beschermd gebied waren gevangen uit het reservaat afkomstig waren.

Ook bleek dat het reservaat voor een straal van dertig kilometer eromheen de helft van het totaal aantal jonge vissen geproduceerd haad, terwijl het gebied maar 28 procent van het geheel uitmaakt. Het reservaat vormt dus een kraamkamer voor het omringende gebied.

Scholbox

Dat in dit soort koraalgebied reservaten nuttig zijn, betekent nog niet dat dat overal zo is. Op de Noordzee is in 1989 een groot beschermd ingesteld waar alleen kleine vissersboten nog mochten vissen, om de scholpopulatie te doen herstellen.

Daar bleek de vispopulatie juist af te nemen, omdat jonge vis wegzwom uit deze 'scholbox'. Mogelijk zwommen ze juist naar de vissersboten toe, omdat die met hun sleepnetten voedsel uit de grond opwoelen.