Bewijs meteorietinslag op de tocht

AMSTERDAM – De aanwijzingen voor een vermeende meteorietinslag aan het begin van het Jonge Dryas tijdperk zijn niet geldig omdat het bewijs door natuurlijke processen is veroorzaakt.

Dat zeggen Amerikaanse en Chileense geologen maandag in PNAS, nadat zij aardlagen uit die periode bestudeerden.

De heersende theorie is dat er rond 12.000 jaar geleden een meteoriet op aarde insloeg die, door de daarop volgende klimaatverandering, de laatste grootste ijstijd inluidde.

Een meteorietinslag wordt aangetoond door verhoogde gehaltes van bepaalde elementen in die aardlaag. Ook in het Jonge Dryas komen deze voor – onder anderen iridium en magnetische deeltjes.

Dynamiek

De geologen bekeken deze aardlagen, en die van duizenden jaren daarvoor en daarna, nog eens goed en concluderen dat de verhoogde gehaltes niet het resultaat zijn van een inslag, maar van natuurlijke processen.

De bestudeerde gebieden hebben een bepaalde dynamiek die de opeenhoping van bijvoorbeeld iridium tot gevolg heeft. Er werden namelijk ook verhoogde concentraties in hele andere tijdperken gevonden, en daarin is vrijwel zeker geen grote inslag geweest.

Hoewel de onderzoekers ervan overtuigd zijn dat er geen grote meteorietinslag is geweest voor het Jonge Dryas, weten ze nog niet precies wat die dynamiek inhoudt die de verhoogde iridiumgehaltes veroorzaakt.

De theorie over de meteorietinslag is een heet hangijzer, want als hij waar is zou de inslag ook de veroorzaker zijn geweest van het uitsterven van de megafauna (wiki) in Noord-Amerika en het verdwijnen van de Cloviscultuur (wiki).

Dagelijkse nieuwsbrief

Dagelijkse nieuwsbrief
Elke ochtend rond 6.00 uur weten wat het nieuws wordt?
Tip de redactie