AMSTERDAM - In de slavenhandel waarin Nederland in de 17e en 18e eeuw actief was, ging meer geld om dan tot nu toe werd aangenomen.

Dat blijkt uit berekeningen van historici Karwan Fatah-Black (Universiteit Leiden) en Matthias van Rossum (Vrije Universiteit Amsterdam) die het Tijdschrift voor Sociale en Economische Geschiedenis deze week publiceert.

Volgens het tweetal lag de opbrengst van de slavenhandel over die hele periode tussen de 63 en 79 miljoen gulden, tegenwoordig goed voor zo'n 700 miljoen euro. Volgens Van Rossum zijn er geen vergelijkbare cijfers over de hele periode.

Historicus Henk den Heijer schatte eerder dat de opbrengst in 1675-1740 23 miljoen gulden was. Van Rossum en zijn collega komen nu echter uit op 25 tot 32 miljoen gulden in dezelfde periode.

Heersend beeld

De twee historici zetten zich af tegen het algemeen heersende beeld dat slavernij niet zo belangrijk was voor de economie, omdat de slavenschepen weinig winst maakten. De slavenhandel joeg echter andere sectoren van de economie aan, zoals de scheepsbouw, stelt Van Rossum.

''Zeggen dat de slavernij niet belangrijk was voor de vroegmoderne Nederlandse economie is zoiets als zeggen dat de banken niet belangrijk zijn voor de huidige economie, alleen omdat ze sinds de crisis amper winst maken.''