AMSTERDAM - Nieuwe opnamen van de infraroodsatelliet Herschel laten zien dat de schijf van stof en gruis rond de jonge ster Fomalhaut extreem dynamisch is.

De metingen van het stof in de schijf suggereren dat hij bestaat uit 'pluizige' samenklonteringen van stofkorreltjes die uit talrijke komeetbotsingen zijn voortgekomen.

Wanneer rond een ster een planetenstelsel ontstaat, klontert niet al het aanwezige materiaal in de protoplanetaire schijf samen tot planeten. Uiteindelijk kunnen er gebieden ontstaan die louter door kleinere objecten worden bevolkt, zoals planetoïden en kometen.

In ons eigen zonnestelsel kennen we twee van die gebieden: de planetoïdengordel tussen de banen van de planeten Mars en Jupiter, en de Kuipergordel, een rijk reservoir van kometen buiten de baan van Neptunus.

Beginstadium

Vooral in het beginstadium van een planetenstelsel-in-wording botsen deze kleinere objecten veelvuldig. Deze aanvaringen leveren grote hoeveelheden stofkorreltjes op, die terechtkomen in een schijf van stof en gruis. De nabije, jonge ster Fomalhaut heeft een van de opvallendste stofschijven die ooit zijn waargenomen.

In 2005 ving de Hubble-ruimtetelescoop voor het eerst licht op van de stofschijf. En nu heeft een team onder leiding van de Leuvense astronoom Bram Acke met Herschel voor het eerst op infrarood en sub-millimetergolflengten naar de stofschijf gekeken.

Onderzoeksteam

Tot het onderzoeksteam behoren ook de astronomen Carsten Dominik (UvA/Radboud Universiteit) en Michiel Min (UvA).

Door de Herschel- en Hubble-gegevens te combineren, hebben de astronomen ontdekt dat het stof in Fomalhauts schijf zich als kleine deeltjes gedraagt in termen van emissie en absorptie, maar het licht verstrooit zoals grote deeltjes dat doen.

Een vorm van stof die deze eigenschappen combineert, bestaat uit pluizige opeenhopingen - grote samenklonteringen van kleine stofdeeltjes met grote lege ruimtes ertussen. Zulke pluizige structuren komen ook in ons zonnestelsel voor: ze worden veroorzaakt door botsingen van kometen.