GOTTINGEN - Bavianen en ook Javaanse apen zijn in veel opzichten net zo slim als mensapen.

Ze boeken gelijke resultaten voor ruimtelijk inzicht, hoeveelheden schatten en het begrijpen van causale verbanden. Dat blijkt uit dinsdag gepubliceerd Duits onderzoek van het primatencentrum in Göttingen en het Max Planck Instituut voor evolutionaire antropologie in Leipzig.

Bij de zogenoemde fysische intelligentie, waarbij het gaat om ruimte en hoeveelheden, scoren bavianen, Javaanse apen en mensapen net zo goed als kleine kinderen.

''De intelligentie van de apen hangt klaarblijkelijk in eerste plaats niet af van de verwantschap met mensen, maar van de aanpassing aan de omgeving'', aldus een van de onderzoekers. De grootte van de hersens is voor de ontwikkeling van het denkvermogen niet zo doorslaggevend als tot nu toe werd aangenomen.

Bekers

De drie apensoorten blijken wel een mindere sociale intelligentie hebben dan kleine kinderen. Alle apen moesten opdrachten oplossen of aanwijzingen begrijpen om aan voedsel te komen. Om de sociale intelligentie te testen wezen de onderzoekers bijvoorbeeld naar een met rozijnen gevulde beker met daarnaast een lege beker. Geen van de apensoorten begreep die vingerwijzing terwijl kleine kinderen dat wel deden.

Bij de test met de fysische intelligentie moesten de apen via een moeilijke weg en zonder hulp aan voedsel komen. Alle drie de soorten legden de test met goed gevolg af. ''Onze gegevens wijzen erop dat het gemaakte onderscheid tussen mensapen en andere apensoorten vermoedelijk beduidend kleiner is dan werd aangenomen’’, aldus de onderzoeker.