UTRECHT – Negen op de tien medicijnen die succesvol zijn getest op muizen slaan niet aan bij mensen. Meer comfort voor de proefdieren kan de tests representatiever maken.

Dit zegt een groep Amerikaanse onderzoekers in het open-source wetenschapsblad PLoS ONE.

Vooral de medische wetenschap maakt veelvuldig gebruik van dierproeven op muizen. Genetisch lijken mensen in principe goed genoeg op de kleine knaagdiertjes om op eenzelfde manier op de toediening van chemische verbindingen te reageren.

Het belangrijkste verschil is dat muizen een aanzienlijk snellere stofwisseling hebben, en dat dezelfde medicijnen in de mens daarom vaak in lagere hoeveelheden per kilo lichaamsgewicht al het beoogde effect hebben.

Maar ook wanneer de dosering hierop wordt aangepast zou slechts 10 procent van de medicijntests op muizen uiteindelijk voor mensen toepasbare conclusies opleveren.

Temperatuurverschil

Een van de redenen hiervoor zou kunnen zijn dat de muizen in laboratoria niet de kans wordt geboden de leefomgeving naar eigen wens in te richten. Bij ontbrekend comfort hebben de diertjes het structureel te koud, wat ook weer van invloed is op hun gezondheid en stofwisseling – en dus op de uitkomst van de onderzoeken.

Anders dan in de Verenigde Staten is het in Nederland overigens verplicht om muizen nestmateriaal aan te bieden.

Labmuizen worden gemiddeld op een temperatuur tussen 20 en 24 graden gehouden, terwijl de lichaamstemperatuur rond de 37 graden ligt. Wanneer de muizen actief zijn, kunnen ze dit temperatuurverschil goed overbruggen, maar tijdens rust koelen ze in hun lege hokken te snel af, zo stellen de onderzoekers, waardoor de diertjes steeds in beweging moeten blijven.

Muizennesten

Uit hun eigen tests blijkt dat toevoeging van slechts 10 gram nestmateriaal per muis ervoor zorgt dat de knaagdieren voldoende isolerende slaapplekken voor zichzelf kunnen inrichten. Ze zijn hierdoor beter in staat om hun lichaamstemperatuur gedurende een etmaal op een natuurlijke manier te reguleren.

Omdat daarmee ook de hoeveelheid beweging en de voedselinname een natuurlijker patroon volgt, zou de reactie op medicijnen van zulke ‘comfortabele labmuizen’ beter vergelijkbaar zijn met die van mensen.