AMSTERDAM - Met de Keck-telescoop op Hawaii is ontdekt dat sterrenstelsels niet alleen grote hoeveelheden gas de ruimte in blazen, maar dat een aanzienlijk deel van dat gas later ook weer terugvalt, het stelsel in.

Die grootschalige gaskringloop vormt een verklaring voor een nijpend probleem in de sterrenkunde.

In sterrenstelsels zoals ons eigen Melkwegstelsel wordt naar schatting per jaar één zonsmassa aan interstellair gas omgezet in sterren.

Maar de hoeveelheid interstellair gas in het Melkwegstelsel is onvoldoende om dat tempo miljarden jaren lang vol te houden. Voor andere sterrenstelsels geldt iets soortgelijks. Dat raadsel wordt door de nieuwe waarnemingen (aan tientallen stelsels op 5 tot 8 miljard lichtjaar afstand van de aarde) opgelost.

Bouwmateriaal

Het komt erop neer dat niet al het 'bouwmateriaal' voor nieuwe sterren zich in het betreffende sterrenstelsel bevindt; op elk moment bevindt misschien wel de helft van het gas zich tijdelijk op redelijk grote afstanden buiten het stelsel.

Gas wordt een stelsel uitgeblazen door onder andere supernova-explosies en krachtige sterrenwinden. De nieuwe waarnemingen laten zien dat het weggeblazen gas in veel gevallen niet de zogeheten ontsnappingssnelheid bereikt, en dat het na verloop van tijd dus weer terugvalt.