UTRECHT – De eerste mensachtigen zijn 6 miljoen jaar gelegen op twee benen gaan lopen om schaarse, kostbare goederen over lange afstanden mee te kunnen dragen. 

Dit stelt een internationaal team van wetenschappers onder leiding van Cambridge Universiteit in het wetenschappelijk tijdschrift Current Biology.

Er zijn al veel concurrerende theorieën geopperd die moeten verklaren waarom de mens als enige aan apen verwante soort structureel rechtop is gaan lopen, waarbij een definitief onderscheid ontstond tussen armen en benen.

Asymmetrisch

Enkele jaren geleden werd het meedragen van baby’s vaak genoemd, maar rechtopstaand is zo’n last voor moeders asymmetrisch en daarmee juist zwaarder.

Een andere theorie stelt dat rechtop lopen aanzienlijk minder energie kost dan lopen op voeten en knokkels tegelijk. Dit geldt echter vooral geredeneerd vanuit de anatomie van moderne mensen. Apen ondervinden juist fysieke hinder als ze het langer dan enkele tientallen meters moeten volhouden.

Chimpansees

Uit analyse van dijbeenfossielen zou de transitie zo’n 6 miljoen jaar geleden hebben plaatsgevonden, onder de laatste gemeenschappelijke voorouder van de chimpansee en de moderne mens.

Met dat gegeven in het achterhoofd besloten de onderzoekers op zoek te gaan naar mogelijke aanwijzingen bij chimpansees. Deze zogeheten mensapen lopen regelmatig korte stukken op de achterbenen – maar alleen als ze daar een directe reden voor hebben.

‘All you can carry’

Uit twee verschillende observatiestudies van wilde chimpanseekolonies in Afrika blijkt dat deze dieren veelvoorkomende notensoorten – die een belangrijke rol spelen in hun dieet – of opeten, of laten liggen. Wanneer ze zeldzamere notensoorten tegenkomen zonder direct honger te hebben, proberen de apen deze rechtop lopend met zich mee te voeren.

Een andere chimpanseekolonie vertoonde soortgelijk gedrag wanneer ze bij strooptochten langs akkers hen onbekende voedzame gewassen tegenkwamen.

Evolutietheorie

De onderzoekers denken dan ook dat onze verre voorouder op een punt is beland waar het meevoeren van grote hoeveelheden van zeldzame voedselsoorten cruciaal werd voor het overleven van een populatie – en dat hier een soort met een groter draagvermogen uit is ontstaan: de mens.

Probleem met zulke evolutietheorieën is dat er vrijwel geen ‘missing link’-fossielen zijn ontdekt, die zo’n ontwikkeling stap voor stap laten zien. Bij veel van de wel gevonden fossielen van oude mensachtigen is bovendien de directe afstamming onzeker, omdat er over de afgelopen 6 miljoen jaar waarschijnlijk meerdere evolutionaire zijsporen zijn geweest, die weer zijn uitgestorven.