AMSTERDAM - Een team van meer dan 35.000 vrijwilligers heeft waarnemingen van de Amerikaanse infraroodsatelliet Spitzer uitgevlooid op ronde structuren in de schijf van ons Melkwegstelsel.

Die 'bellen' ontstaan op plaatsen waar jonge, hete sterren het omringende gas en stof wegblazen. Ze geven dus de locaties van recente stervormingsactiviteit aan.

Het opsporen van de gasbellen is iets waar computers niet zo goed in zijn. Om de vaak gefragmenteerde en elkaar overlappende ringen te kunnen herkennen, heb je blijkbaar de ogen en hersenen van een mens nodig.

En hoe meer mensen op dezelfde plek een ring menen te zien, des te waarschijnlijker is het dat zich hier een door een ster leeggeblazen bel bevindt. De onbezoldigde NASA-medewerkers hebben meer dan vijfduizend van die bellen opgespoord - tien keer zo veel als het tot nu toe bekende aantal.

Volgens de professionele astronomen die bij het project betrokken zijn, kan dit grote aantal erop wijzen dat het Melkwegstelsel veel meer sterren produceert dan gedacht. Opvallend is dat aan de randen van grote bellen vaak tal van kleinere bellen te vinden zijn.

Dat suggereert dat in de uitdijende bellen van 'opgewaaid' gas en stof weer nieuwe sterren kunnen ontstaan. Maar misschien nog wel de meest opmerkelijke ontdekking van de bellenspeurtocht, is dat er bij het centrum van de Melkweg, waar de gasdichtheid het hoogst is, juist weinig bellen te vinden zijn.