AMSTERDAM - Selectieve visserij is bedoeld om overbevissing te voorkomen, maar doet meer kwaad dan goed. Het is veel beter om van alle eetbare soorten evenredige hoeveelheden op te vissen.

Dat betogen internationale visserij-experts samengebracht biologen van het IUCN, (de Internationale Unie voor Natuurbescherming) in een opiniestuk in de nieuwste editie van Science.

Om overbevissing tegen te gaan worden bijna overal ter wereld vissers via regelgeving gedwongen zo selectief mogelijk te vissen. Dat betekent dat ze alleen de soort vangen die ze willen verkopen.

In de praktijk is dit moeilijk, omdat er altijd wel bijvangst van andere soorten optreedt. Vaak is die bijvangst een halve kilo per kilo gevangen vis van de doelsoort. Vissers gooien die bijvangst terug, maar in veel gevallen overleeft die dat niet.

Selectieve visserij heeft daarnaast veel indirecte nadelen, betogen de experts. Op basis van ecosysteemmodellen, de klimaatmodellen van de oceanen, laten ze in het artikel zien dat selectieve visserij ecosystemen veel sterker verstoort dan gebalanceerd oogsten.

Zeehonden

Het wegvangen van specifieke soorten brengt ecosystemen uit balans, omdat die soorten belangrijke schakels vormen in dat systeem. Zeehonden eten kabeljauwen, die eten weer haringen, en die eten weer plankton en garnalen. In de Noordzee stikt het bijvoorbeeld momenteel van de garnalen, doordat er nauwelijks nog kabeljauw rondzwemt.

Adriaan Rijnsdorp, hoogleraar duurzaam visserijbeheer aan het Institute for Marine Resources and Ecosystem Studies (Wageningen-UR) in IJmuiden. 'Dat laat duidelijk zien dat het ecosysteem uit balans is.'

Grotere vangst
Gebalanceerd oogsten is het evenredig vangen van alle eetbare soorten, meer van de snel groeiende en voortplantende en minder van de grotere soorten. Volgens de experts is dat niet alleen duurzamer: er kan in totaal ook meer vis, weekdieren en schelpdieren gevangen worden. Daarvoor moeten we als consumenten wel wennen aan het eten van kleinere en andere vis dan we gewend zijn.

--