AMSTERDAM – Biologische landbouw levert 20 procent minder opbrengst op dan reguliere landbouw.

Dat schrijven Wageningse wetenschappers donderdag in Agricultural Systems.

Het is één van de belangrijkste vraagstukken in de discussie rond biologische versus reguliere landbouw: is de eerste in staat om de wereldbevolking te voeden, zonder dat daar veel meer extra landbouwgrond voor nodig is.

De wetenschappelijke literatuur is daar niet eenduidig in, verschillende studies laten zeer diverse resultaten zien. De Wageningse onderzoekers ondernamen daarom een metastudie, waarin alle tot dusver uitgevoerde studie op een hoop worden gegooid waaruit vervolgens één conclusie werd gesmeed. In totaal bevatte de studie 362 vergelijkingen tussen biologische en gangbare landbouw.

Gewasopbrengst

Daaruit bleek dat biologische landbouw 20 procent minder gewasopbrengst had per landbouwareaal dan de reguliere tegenhanger. Dat betekent dat om hetzelfde aantal mensen te voeden, biologische landbouw meer landbouwgrond nodig heeft. Dit kan ten koste gaan van de natuur.

De Wageningse wetenschappers zetten nog wel een aantal kanttekeningen bij hun studie. Zo zijn er weinig bruikbare cijfers over de gewasopbrengst van de reguliere landbouw in Afrika, terwijl juist daar veel gewasverlies optreedt door bijvoorbeeld droogte en plagen.

Dat zou het verschil tussen de twee landbouwvormen kunnen verkleinen. De onderzoekers merken ook op dat er een groot verschil zit tussen gewassen. Bij aardappelen was het verschil bijvoorbeeld aanzienlijk groter dan bij peulvruchten en soja.

De onderzoekers menen dat er ondanks het verschil in opbrengst nog steeds goede redenen zijn om wel biologische landbouw te bedrijven. Bijvoorbeeld vanwege het milieu of vanwege de uitputtelijkheid van natuurlijke bronnen. Om het wereldvoedselvraagstuk op te lossen, lijkt biologische landbouw echter niet toereikend.