AMSTERDAM - In tegenstelling tot wat eerder vermoed werd bleek er geen extreme droogte nodig om de Mayabeschaving te doen instorten.

Dat concluderen paleoklimatologen van het Yucatan Center voor Wetenschappelijk Onderzoek in Mexico en de Universiteit van Southampton in het Verenigd Koninkrijk in de nieuwste editie van Science.

Ze ontdekten dat er wel degelijk droogte optrad in de periode die samenviel met de ineenstorting van het Maya-imperium, tussen 800 en 950 na Christus, maar met een neerslagafname van 40 procent is die matig te noemen.

Waarschijnlijk was deze milde droogte vanwege de sterke regenafhankelijkheid van de Maya's genoeg om de beschaving de das om te doen, mogelijk in combinatie met sociale en politieke factoren.

Tempels

De Maya's vormden meer dan vijfhonderd jaar lang een van 's werelds rijkste en meest geavanceerde beschavingen. Het imperium van de verschillende Mayakoninkrijken strekte zich uit over het Mexicaanse schiereiland en grote delen van Belize, Guatemala en Honduras.

Nog altijd bezoeken jaarlijks miljoenen toeristen de indrukwekkende tempels, onder meer Tikal in Guatemala en Chichen Itza in Mexico. In de laatste tweehonderd jaar van de Mayaperiode raakten de koninkrijken in verval en kromp de bevolking sterk.

Voor die ineenstorting zijn allerlei verklaringen opgeworpen, waaronder rivaliteit tussen verschillende koningen en sociale opstanden. Droogte, die volgens sommige onderzoekers extreem geweest zou zijn, wordt ook al langer genoemd.

Stalagmieten

De in Science gepubliceerde studie is de meest grondige naar neerslag en droogte tot nu toe. Het onderzoeksteam bestudeerde hoe drie verschillende meren en een grot die een belangrijke rol innamen in de Mayacultuur reageerden op neerslagveranderingen.

In de grot bestudeerden ze de samenstelling van stalagmieten, omhoog gerichte druipsteenpilaren in grotten. Bevatten die veel van het isotoop zuurstof-16, dan staat dat voor veel regen, bevatten ze veel zuurstof-18, dan is er meer droogte opgetreden, omdat dit isotoop ontstaat bij verdamping.

Van de meren bestudeerden ze sedimenten, bezinksels op de bodem, waaruit ze konden opmaken hoe verzadigd deze waren als gevolg van neerslag.

Tropische stormen

De onderzoekers concluderen dat tussen 830 en 928 na Christus de sterkste droogte optrad. Die droogte ontstond met name doordat er minder tropische stormen plaatsvonden in de zomer. Het gebrek aan regen was pas extreem geweest als er meerdere seizoenen achter elkaar heel weinig regen was gevallen.

De milde droogte bleek samen met andere factoren voldoende om het Maya-imperium steeds verder te doen afkalven. Uit eerder onderzoek bleek al dat de Maya's landbouwmethoden hanteerden waarbij ze sterk afhankelijk waren van regen. Er liepen geen rivieren door hun leefgebied en ze kapten veel bos, wat de omgeving kwetsbaar maakte voor tijdelijke droogte.