AMSTERDAM - Het Y-chromosoom, dat elke man bij zich draagt, heeft de afgelopen 25 miljoen jaar maar één enkel gen verloren.

Dat concluderen Amerikaanse onderzoekers vandaag in Nature.

Australisch onderzoek uit 2002, dat ook in Nature verscheen, toonde nog aan dat het Y-chromosoom genetisch gezien zo snel achteruit ging, dat het binnen tien miljoen jaar uitgestorven zou zijn.

Volgens deze studie hadden sommige zoogdieren, waaronder bepaalde mollen en ratten, hun Y-chromosoom al verloren. Hun geslachtsbepalende genen waren al in andere chromosomen verpakt.

Chimpansee

Om te onderzoeken of de mens dit ook zou kunnen overkomen, vergeleek het team van hoogleraar Jennifer Hughes van het Massachusetts Institute of Technology in 2005 het menselijke Y-chromosoom met dat van de chimpansee. Deze aap splitste zich zes miljoen jaar geleden van onze gemeenschappelijke voorouder af.

In de huidige studie bestudeerden de onderzoekers ook het Y-chromosoom van de rhesusaap (Macaca mulatta), die zich al 25 miljoen jaar geleden afsplitste.

Uit de vergelijking tussen mensen, chimpansees en rhesusapen bleek dat het genetisch verval de afgelopen 25 miljoen jaar minimaal is geweest. Het mannelijke chromosoom heeft in de laatste zes miljoen jaar geen genen verloren en slechts één in de laatste 25 miljoen jaar.

Temperatuur

Het Y-chromosoom ontstond ongeveer 200 tot 300 miljoen jaar geleden, in een voorouder van de meeste zoogdieren. Mannen en vrouwen bestonden daarvoor ook wel, maar hun geslacht werd bepaald door omgevingsfactoren zoals de temperatuur, in plaats van door hun genen.

Sinds die tijd verloor het Y-chromosoom voortdurend genen. Dat komt omdat het Y-chromosoom niet in paren voorkomt, waardoor het niet zo makkelijk fouten kan repareren. Dit in tegenstelling tot andere chromosomen. Inmiddels is het Y-chromosoom nog maar 0,38 procent van z'n originele grootte.