AMSTERDAM - Wetenschappers hebben het voor elkaar gekregen om fruitvliegjes in te vriezen en na ontdooiing in leven te houden. Ze deden dat door de larven van deze vliegjes een antivrieseiwit te voeren.

De onderzoekers publiceren hun resultaten in de nieuwste editie van PNAS.

Wanneer het lichaam van een organisme afkoelt tot onder het vriespunt, vormen zich ijskristallen in de cellen, die daar beschadigingen aanrichten.

Voor zover bekend zijn van de gewervelden alleen een aantal amfibieën en reptielen in staat om de een lichaamstemperatuur die onder het vriespunt ligt goed te doorstaan.

Vriesdrogen

Bij insecten komt het veel vaker voor. Er zijn fruitvliegensoorten die grote hoeveelheden van het eiwit proline aanmaken. Hierdoor lukt het hen om onder barre omstandigheden in poolgebieden te leven.

Gewone fruitvliegjes en ook mensen maken dit eiwit in veel lagere hoeveelheden aan. Onder koude omstandigheden verdrijft proline water uit de cellen, waardoor die tijdelijk stilvallen en er geen ijskristallen in ontstaan, een soort vriesdrogen dus. Sommige vliegenlarven kunnen daardoor een temperatuur van -196 graden celsius overleven.

Proline

De onderzoekers namen vliegenlarven van een soort afkomstig uit de tropen en voerden die een grote hoeveelheid proline. Ze lieten de helft aklimatiseren bij ongeveer vijfentwintig graden, de andere helft bij ongeveer vijf graden.

Die laatste groep schakelde daardoor over op een sluimerstand. Vervolgens verlaagden ze de temperatuur tot -5 graden en wachtten tot de helft van de lichaamscellen van de vliegjes was bevroren. Toen ontdooiden ze de diertjes.

Ontdooiden

Veertien procent van de vliegjes die vanuit sluimerstand de vrieskou in waren gegaan, ontdooiden levend. Negen procent bleek in staat zich daarna verder te ontwikkelen en voort te planten. Van de warme groep overleefden geen enkel individu de kou.

Deze doorbraak betekent niet dat wij mensen door proline te eten bestand zullen worden tegen bevroren lichaamsdelen.

Proline is in hoge dosis giftig voor mensen en wij komen bij een temperatuur van vijf graden niet in een sluimerstand, waardoor de kans een stuk kleiner is dat we wanneer de innerlijke dooi inzet weer tot leven komen.