UTRECHT – In een nieuwe studie beschouwen Amerikaanse wetenschappers darmflora als een ‘supra-organisme’.

De samenstelling ervan bepaalt volgens hen de gevoeligheid voor onder andere obesitas.

De gemiddelde mens draagt meer dan 100 biljoen bacteriën bij zich, met de hoogste concentratie in de darmen. De totale hoeveelheid genetische informatie van de meegedragen micro-organismen is ongeveer 150 groter dan de informatie in het eigen, menselijke DNA.

Dit toont volgens de onderzoekers hoe gemakkelijk het belang van darmbacteriën en andere microben op de stofwisseling kan worden onderschat. Alle organismen hebben een individuele stofwisseling en dragen daarmee ook weer bij aan die van de mens, bijvoorbeeld door eiwitten te bouwen, brandstof beschikbaar te maken of vitaminen te produceren.

Erfelijke verschillen

Volgens geneticus Elhanan Bohrenstein van de Universiteit van Washington, een van de auteurs van de studie, verschilt het erfelijk materiaal van de menselijke darmflora echter tussen individuen en zijn daarbij groepen te onderscheiden.

Mensen met ernstige ontstekingsziekten in de darmen, zoals colitis ulcerosa en de ziekte van Crohn, hebben bijvoorbeeld een duidelijk afwijkende samenstelling. Daarnaast bestaat ook een waarneembaar onderscheid tussen slanke mensen en mensen met overgewicht.

In hun publicatie in het wetenschapsblad PNAS beschrijven de onderzoekers dat deze verschillen ten dele samenvallen met de aanwezigheid van menselijke enzymen, waarmee een erfelijke aanleg voor een bepaald type darmflora zou bestaan.

Minder complex

Door een samenspel van deze enzymen en een bepaald type darmflora kan vervolgens bijvoorbeeld overgewicht in de hand worden gewerkt. Zo zou het ‘obese microbioom’ efficiënter in staat zijn vanuit de voeding energie beschikbaar te stellen aan de gastheer, waardoor consumptie van een lager aantal calorieën toereikend zou zijn.

Toch is dit darmflora-type mogelijk minder goed – volgens de Amerikanen toont de genenpoel bij obese mensen tevens een minder complexe darmflora, die minder afzonderlijke biologische functies naast elkaar vervult.