RIJSWIJK - Astronaut André Kuipers heeft de eerste week achter de rug in het internationale ruimtestation ISS. 

De eerste dagen stonden vooral in het teken van wennen, verkennen en genieten van het uitzicht, zo blijkt uit de blog die Kuipers zaterdag op het internet publiceerde.

''Onze lancering was prachtig. Misschien nog wel mooier voor de toeschouwers dan voor ons, omdat wij niets zagen totdat we op zo’n 80 kilometer boven de aarde zaten. Maar als die beschermkap van de raket dan eenmaal opengaat… Wat een magnifiek uitzicht. Ik realiseerde me dat dit het moment was waar ik ruim vier jaar voor heb getraind. Ik ben terug in de ruimte en dit keer hoef ik niet na een week naar huis", schrijft Kuipers.

Gewichtloosheid

De eerste dagen hadden Kuipers en zijn collega’s tijd om ''rond te kijken en de ‘buurt’ te verkennen" maar vooral om lichamelijk te wennen aan de gewichtloosheid en de verwarrende oriëntatie. Omdat boven en onder niet bestaan in de ruimte, zweeft Kuipers iedere keer anders de verschillende ruimtes in. Dan herkent hij die niet meteen.

Inmiddels heeft hij al gewerkt met de in Nederland gebouwde microgravity science glovebox, een handschoenenkast waarin je experimenten kunt doen in een beschermde omgeving.

Poollicht

Kuipers vindt één ruimte in het station het meest bijzonder: het Europese raam Cupola. ''Deze uitkijkpost geeft je als astronaut 360 graden zicht vanuit het ISS. Als ik daar ben, zie ik de aarde in zijn volle glorie onder me doortrekken of boven me, of opzij. Het is maar net hoe je de Cupola binnenzweeft."

Hij spreekt van een prachtig gezicht, zowel aan de dagkant als ‘s nachts, wanneer de grote steden zich laten zien in de vorm van een gloed van licht. In de nacht ziet hij vuren, sterren, soms een meteoriet en het poollicht.

''Het is dus druk. Maar ik hoef mezelf niet te herinneren dat ik toch echt weer in de ruimte ben. De hele dag, bij alles wat ik doe, zweef ik. Een heerlijk, vrij gevoel."