GRONINGEN - Mensen met afasie (een taalstoornis door hersenletsel) hebben moeite met het waarnemen van klankverschillen. Hoe kleiner de verschillen, hoe groter de problemen.

Liplezen kan helpen, blijkt uit onderzoek van promovenda Dörte Hessler van de Rijksuniversiteit Groningen.

Gesproken taal verwerk je meestal moeiteloos. Pas als er iets mis is met de verwerking, merken we hoe ingewikkeld het eigenlijk is. Uit Hesslers studie blijkt dat mensen met afasie meer moeite hebben met het herkennen van kleine dan van grote klankverschillen.

Verschillen klanken

Klanken kunnen bijvoorbeeld verschillen in de manier waarop de klank wordt gemaakt, de plaats waar dat gebeurt en het feit of de stembanden gaan trillen bij een klank. Klanken die op al deze drie onderdelen van elkaar verschillen blijken eenvoudiger te herkennen dan klanken die maar op één onderdeel verschillen.

Het lastigste onderscheid is te maken bij klanken die alleen verschillen in het al of niet laten trillen van de stembanden (bijvoorbeeld het verschil tussen p of b).

Liplezen

In de hersenen van luisteraars zonder taalproblemen zie je een sterkere reactie als de verschillen tussen klanken klein zijn. Waarschijnlijk heb je extra aandacht nodig bij het verwerken van kleinere verschillen. Visuele ondersteuning, zoals liplezen, helpt bij de verwerking van spraak. Dit geldt zowel voor personen zonder taalproblemen als voor mensen met afasie.