AMSTERDAM - Biologen hoeven voortaan geen dieren meer te tellen om een beeld te krijgen van de biodiversiteit van zoetwatermeren. Analyse van DNA-sporen in één glas water uit het meer voldoet.

Onderzoekers van de Universiteit van Kopenhagen beschrijven die analyse in het tijdschrift Molecular Ecology.

De methode is bruikbaar voor het monitoren van zeldzame en bedreigde diersoorten. Tot nu toe vindt die nog altijd voornamelijk plaats op basis van tellingen, een erg arbeidsintentief en moeilijk karwei, zeker in het geval van schuwe of diep onder water levende dieren.

Metagenomics

De nieuwe methode is gebaseerd op het verzamelen en bestuderen van DNA uit omgevingssamples, metagenomics genoemd. In het water uit zoetwatermeren zitten niet alleen miljoenen micro-organismen, maar drijven ook resten afkomstig van grotere dieren. Dit kunnen uitwerpselen zijn, maar ook huid of haar.

Deze resten raken zo verspreid door het water, dat ze in ieder willekeurig monster te vinden zijn. Ze bevatten DNA dat informatie over de oorspronkelijke eigenaar bevat.

Populatiedichtheid

De Denen bestudeerden honderd Europese meren en zoetwaterstromen door zowel dieren te tellen als de DNA-analyse uit te voeren. Ze vonden een verband tussen de hoeveelheid aanwezig DNA in het watermonster en het aantal aanwezige dieren van de soort, waardoor de methode ook bruikbaar is voor het schatten van de populatiedichtheid.

De methode is niet alleen bruikbaar voor onderzoek in zoet water. Volgens de onderzoekers zou ook de schatting van visbestanden in de oceanen gedaan kunnen worden op basis van DNA-analyse. Over die schattingen is altijd veel discussie tussen vissers, beleidsmakers en milieubeschermers.