AMSTERDAM - Astronomen hebben de beste opnamen ooit verkregen van een ster die een groot deel van zijn materie aan een vampierachtige begeleider is kwijtgeraakt.

De nieuwe beelden, gemaakt met de VLT-interferometer van de ESO-sterrenwacht op de Chileense berg Paranal, laten zien dat de materie-overdracht van de ene ster naar de andere verrassend rustig verloopt.

Het onderzoek richtte zich op de bijzondere dubbelster SS Leporis in het sterrenbeeld Haas, waarin een kleine en een grote ster in 260 dagen om elkaar heen draaien.

Door hun geringe onderlinge afstand heeft de kleine, hete ster al ongeveer de halve massa van de grote ster opgeslokt. De nieuwe waarnemingen zijn scherp genoeg om te laten zien dat de reuzenster kleiner is dan tot nu toe werd aangenomen, waardoor zich veel lastiger laat verklaren hoe hij zoveel materie aan zijn begeleider is kwijtgeraakt.

De astronomen denken nu dat de materie niet zozeer van de ene ster naar de andere stroomt, maar als sterrenwind door de grote ster wordt uitgestoten en vervolgens door zijn hetere begeleider wordt opgeveegd.