AMSTERDAM - Amsterdamse astronomen hebben aangetoond dat zware sterren-in-wording veel groter zijn dan volwassen zware sterren.

Zij bevestigen de theorie dat zware sterren aan het eind van hun vormingsproces nog verder samentrekken, totdat zij een stabiel evenwicht hebben bereikt.

De bevindingen zijn gepubliceerd in het tijdschrift Astronomy & Astrophysics. Al jarenlang is geprobeerd een duidelijk spectrum van zo'n jonge, zware ster op te nemen.

Dat wordt ernstig bemoeilijkt door de ondoordringbare moederwolk van gas en stof van de ster. Maar met de nieuwe, zeer gevoelige spectrograaf X-shooter van ESO's Very Large Telescope in Chili is het nu voor het eerst gelukt.

Boogschutter

De astronomen verkregen het spectrum van de jonge ster B275 in de Omeganevel, een stervormingsgebied in het sterrenbeeld Boogschutter. Het spectrum laat zien dat de ster ongeveer driemaal zo groot is als een normale ster van zeven zonsmassa's.

Dat komt goed overeen met recente stervormingsmodellen. Eerder in het vormingsproces zijn zulke sterren omringd door een schijf waarin het gas ronddraait en langzaam op de ster-in-wording terecht komt. Als de ster bijna 'klaar' is, verdwijnt de schijf en wordt het oppervlak van de ster zichtbaar. In deze laatste vormingsfase bevindt B275 zich.

De ster is in de kern inmiddels zo heet geworden dat de fusie van waterstof van start gaat. De ster trekt verder samen, totdat de energieproductie in de kern de stralingsverliezen aan het oppervlak van de ster precies compenseert en een stabiel evenwicht is bereikt.