AMSTERDAM - Terwijl Nieuw Zeeland zich opmaakte voor een dure en langdurige slag tegen een niet inheemse mierensoort, lijken de dieren zelf al voor hun ondergang te hebben gekozen.

De onderzoekers staan voor een raadsel, want klimaatverandering zou de dieren juist een voordeel moeten geven. Dat publiceert de nieuwste editie van Biology Letters op 30 november.

Argentijnse mieren komen van nature voor in Argentinië en iets noordelijker tot in Brazilië, maar zijn als invasieve soort inmiddels ook in o.a. Europa, de VS, Japan, Australië en Nieuw-Zeeland gesignaleerd.

De mieren beschermen en melken een paar voor de landbouw schadelijke luizensoorten. Daardoor kunnen deze insecten plaatselijk plagen vormen, met hoge kosten tot gevolg.

Trend

De onderzoekers van Victoria University in Wellington namen in Nieuw-Zeeland een andere trend waar. Van de 150 plaatsen waar de mier tussen 1990, het jaar waarin de soort de eilandstaat bereikte, en 2008 gesignaleerd werd, waren er nu 60 verlaten, en nog eens 30 in sterk verval. Normaal gesproken doen de dieren het beter in hogere temperaturen, dus ze zouden moeten profiteren van klimaatverandering.

De onderzoekers denken dat ziekte de oorzaak kan zijn. Omdat de populatie op het eiland is ontstaan uit een kleine groep mieren, is de genetische diversiteit laag. Een ziekte zou dan in korte tijd een groot deel of alle dieren kunnen uitroeien.

Nieuw-Zeeland is het eerste land waar de mieren zelf in aantal afnemen. Tegelijk met het verdwijnen van de kolonies laten de inheemse mieren herstel zien.

Succesvolle invasieve

De Argentijnse mier is een normaal gesproken succesvolle invasieve soort vanwege zijn weinig kieskeurige nestgedrag, snelle bevolkingsgroei door meerdere koninginnen per kolonie, en de voorkeur van de soort om in de buurt van mensen te nestelen.

De Nieuw-Zeelandse overheid had zich al voorbereid op de strijd die jaarlijks een verwachte 68 miljoen Nieuw-Zeelandse dollar (bijna 40 miljoen euro) zou gaan kosten.