AMSTERDAM - De oude Voyager-ruimtesondes hebben een unieke astronomische waarneming gedaan.

Door hun grote afstand tot de zon kunnen de ruimtesonde een soort licht van de Melkweg zien dat vanaf de aarde niet waarneembaar is (Science, 2 december).

De Voyagers werden in 1977 gelanceerd voor een verkenningstocht langs de buitenplaneten en naderen inmiddels de grenzen van ons zonnestelsel. Het licht dat zij gedetecteerd hebben, is zogeheten Lyman-alfa-straling.

Deze ultraviolette straling, afkomstig van 'aangeslagen' waterstofatomen, speelt een belangrijke rol bij het onderzoek van stervormingsgebieden. Het ironische is dat we vanaf de aarde, dankzij de kosmologische roodverschuiving, wél de Lyman-alfa-straling van verre sterrenstelsels kunnen waarnemen, maar niet die van onze eigen Melkweg.

Heldere bron

Dat komt doordat ook de zon een heldere bron van deze straling is, en de zwakke gloed van de Melkweg doet verbleken. Vanuit hun verre positie is het de Voyagers gelukt om wat Lyman-alfa-straling op te pikken die afkomstig is van stervormingsgebieden in ons Melkwegstelsel.

De eerste Lyman-alfa-fotonen werden in 1993 door Voyager 1 geregistreerd, toen deze zich op ongeveer zes miljard kilometer van de zon bevond. De uv-detector waarmee dat gebeurde, is enkele jaren geleden overigens uitgeschakeld, om stroom te besparen.

Met de Voyager-gegevens kunnen astronomen een betere vergelijking maken tussen de stervormingsactiviteit in ons eigen Melkwegstelsel en die in verre sterrenstelsels.