CAPE CANAVERAL - De Verenigde Staten gaan opnieuw naar de planeet Mars. De Amerikanen lanceren zaterdag de verkenner Curiosity vanaf de ruimtebasis Cape Canaveral.

Het voertuig gaat ongeveer 2 jaar lang het oppervlak omwoelen, rotsen onderzoeken, gassen in de atmosfeer meten en foto's nemen.

De Curiosity is een scheikundelaboratorium op wielen. Het project heeft ongeveer 2 miljard dollar (1,5 miljard euro) gekost. Aan boord zijn tien apparaten. Die moeten duidelijk maken of leven op Mars ooit mogelijk is geweest en heel misschien nog steeds mogelijk is.

De verkenner gaat in eerste instantie zoeken naar sporen van water en koolstof. Dat zijn de belangrijkste bouwstenen van leven op aarde.

Daarnaast kijkt de Curiosity naar methaan in de atmosfeer van Mars. Dat gas kan van vulkanen komen, maar heel misschien ook van microbes, minieme organismes die mogelijk onder het Marsoppervlak leven. Het verschil zit in de chemische 'vingerafdruk'. Aan de hand daarvan is de Curiosity in staat de bron te bepalen.

Leven op Mars

Als het methaan van de microbes blijkt te komen, moet er leven op Mars zijn, hoe primitief ook. Nog nooit is er leven gevonden buiten de aarde. De eventuele ontdekking zou daarom alle kennis over de natuur en de mens op losse schroeven zetten.

Maar ook als dat leven niet wordt gevonden, heeft de Curiosity-missie nut, benadrukt de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA. In dat geval leren wetenschappers namelijk waar ze niet naar hoeven te zoeken.

De Curiosity is een grotere en betere versie van de drie karretjes waarmee de Amerikanen eerder over Mars hebben gereden: de Sojourner (1997) en de Spirit en de Opportunity (2004). Twee Russische pogingen in 1971 mislukten. Europa wil in 2018 de verkenner ExoMars lanceren.