AMSTERDAM - Nieuwe waarnemingen met de Hubble-ruimtetelescoop en telescopen op Hawaï en in Arizona en Chili laten zien dat sterrenstelsels voortdurend enorme hoeveelheden waterstofgas en andere materialen recyclen.

Op die manier weten ze hun stervormingsfase tot meer dan tien miljard jaar te rekken (Science, 18 november). Deze conclusie is gebaseerd op een reeks waarnemingen van het gas in de halo van ons Melkwegstelsel en meer dan veertig andere sterrenstelsels.

Deze waarnemingen laten zien dat grote wolken waterstofgas vanuit de halo naar het melkwegvlak 'vallen', waar ze voor de vorming van nieuwe sterren kunnen worden gebruikt. De gaswolken bevatten genoeg materie voor de vorming van honderd miljoen sterren.

Een deel van het gas is gerecycled materiaal dat is vrijgekomen bij onder meer nova- en supernova-explosies; de rest is gas dat van buitenaf komt. Verder laten de Hubble-waarnemingen zien dat sterrenstelsels die veel nieuwe sterren produceren, zijn gehuld in een halo van heet gas dat rijk is aan zware elementen.

Uitstrekken

Deze halo's kunnen zich tot op afstanden van meer dan 400 duizend lichtjaar van het eigenlijke sterrenstelsel uitstrekken en meer dan een miljard zonsmassa's aan gas bevatten. In veel gevallen valt dit gas uiteindelijk weer terug naar het sterrenstelsel. Maar niet alle stelsels slagen voor hun kringloopdiploma.

Sommige produceren in zo'n hoog tempo nieuwe sterren, dat zij hun eigen graf graven. De hevige sterrenwinden en supernova-explosies die het onvermijdelijke gevolg zijn van de stervorming, blazen heet gas met een dermate hoge snelheid weg, dat het de intergalactische ruimte in verdwijnt. Daardoor komt het stervormingsproces uiteindelijk stil te vallen.