AMSTERDAM - Astronomen van drie Amerikaanse instituten hebben voor het eerst verre gaswolken weten op te sporen die vrijwel geen elementen zwaarder dan helium bevatten.

De gaswolken werden ontdekt bij analyse van het licht van quasars - de heldere kernen van verre sterrenstelsels (Science, 11 november).

In het spectrum van twee quasars zijn absorptielijnen te zien die erop wijzen dat zich tussen de quasar en de aarde een grote hoeveelheid waterstofgas bevindt. Absorptielijnen van zwaardere elementen als koolstof, stikstof, zuurstof en silicium ontbreken echter volkomen.

De astronomen schatten dat de gaswolken minstens tienduizend keer zo weinig 'zware' elementen bevatten als onze zon, die voor ongeveer 98 procent uit waterstof en helium bestaat. Daarmee lijkt de hun samenstelling sterk op die van het 'maagdelijke' kosmische gas dat kort na de oerknal moet zijn ontstaan.

Twaalf miljard lichtjaar

Dat gas bevatte nog vrijwel geen zware elementen: die werden pas enkele honderden miljoenen later door de eerste sterren geproduceerd. De beide gaswolken bevinden zich op afstanden van ongeveer twaalf miljard lichtjaar, wat vergelijkbaar is met de afstand van de beide sterrenstelsels die onlangs door Europese astronomen zijn onderzocht.

Opmerkelijk genoeg bevat het gas in die verre stelsels juist relatief veel zware elementen. Dit grote verschil wordt toegeschreven aan de omstandigheden ter plaatse. De twee verre sterrenstelsels zijn in botsing met elkaar, waardoor in hoog tempo nieuwe sterren - en dus ook zware elementen - worden geproduceerd.

In de nu ontdekte verre gaswolken zijn geen sterren te zien: mogelijk gaat het inderdaad om ongerept oergas dat nog bezig is naar een sterrenstelsel-in-wording toe te stromen.