AMSTERDAM - In het vroege heelal bestonden kleine, jonge sterrenstelsels die in adembenemend tempo nieuwe sterren produceerden.

Dat blijkt uit onderzoek met de Hubble-ruimtetelescoop waarbij onder anderen de Nederlandse astronoom Arjen van der Wel betrokken is.

De gangbare modellen bieden geen verklaring voor deze stellaire geboortegolven. Dwergstelsels mogen dan veel talrijker zijn dan sterrenstelsels zoals de Melkweg, ze zijn ook veel kleiner en bevatten honderd keer zo weinig materie.

Hierdoor zijn verre dwergstelsels moeilijk waarneembaar: tot nu toe waren slechts enkele van deze objecten nauwkeurig onderzocht. Dankzij de CANDELS-survey, waarbij tussen 2010 en 2013 met de Hubble-ruimtetelescoop naar verre sterrenstelsels wordt gespeurd, is daar nu verandering in gekomen.

Bij die survey zijn 69 dwergstelsels gevonden die zich op afstanden van ongeveer negen miljard lichtjaar bevinden. De dwergstelsels vielen op door hun bijzondere kleur, waarvan nader onderzoek heeft uitgewezen dat deze wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van grote aantallen jonge sterren.

Belangrijk puzzelstukje

Geschat wordt dat het tempo van stervorming in de verre dwergstelsels duizend keer zo hoog is als in ons Melkwegstelsel. Daarmee hebben de astronomen een belangrijk puzzelstukje in de evolutie van sterrenstelsels gevonden.

Uit onderzoek van nabije dwergstelsels blijkt namelijk dat deze grotendeels uit sterren bestaan die meer dan acht miljard jaar oud zijn. Onduidelijk was echter nog of die sterren binnen korte tijd waren gevormd of verspreid over een periode van miljarden jaren.

De nieuwe resultaten laten zien dat er in veel gevallen sprake moet zijn geweest van een bevolkingsexplosie. Ook computermodellen van de evolutie van dwergstelsels voorspellen een snelle vorming van sterren. Maar de nu waargenomen stellaire geboortegolven zijn - om nog onduidelijke redenen - veel groter.