BUENOS AIRES – Veertig procent van de mannelijke bruine kiekendieven in Frankrijk draagt het verendek van een vrouwtje. Dat zorgt ervoor dat ze minder vaak aangevallen worden door hun soortgenoten.

Dat schrijven Franse en Spaanse biologen deze week in Biology Letters.

Normaliter zijn vrouwelijke en mannelijke kiekendieven makkelijker uit elkaar te halen. De mannetjes hebben grijze vleugeluiteinden, terwijl de vrouwtjes bruin zijn, met een opvallend witte kop. Bovendien zijn mannetjes een stuk groter.

Een wat nadere inspectie leert echter dat het verschil niet zo zwart/wit is. In het westen van Frankrijk, waar de studie is uitgevoerd, bleek dat 40 procent van alle mannelijke kiekendieven zich als vrouw verkleedde.

Niet alleen het verendek was identiek, ook de lichaamsbouw was hetzelfde: De travestiete mannetjes waren een stuk kleiner. Het enige wat nog verried dat ze mannetjes zijn, waren de ogen. De mannetjes hadden grijze ogen in plaats van de bruine die vrouwtjes hebben. De travestiete mannetjes ontwikkelden hun vrouwelijk verendek al vanaf hun tweede levensjaar.

Model

Om te onderzoeken waarom de mannelijke vogels zich verkleedden, maakten de wetenschappers modellen van alle typen kiekendieven en lieten daar een mannelijk uitziend mannetje op los.

Het bleek dat deze mannetjes twee keer zo vaak een ander mannelijk mannetje aanvielen dan een als vrouw 'verklede' man. Dat is gunstig voor de travestiete mannetjes: door hun vreedzame uiterlijk hebben zij makkelijker toegang tot voedsel en vrouwtjes.

Die bleken het vrouwelijk uiterlijk niet als problematisch te ervaren. De verkleedpartij zorgt dus voor een veiliger en reproductiever leven.

Kemphaan

De bruine kiekendief is niet de enige soort waarbij sommige mannetjes zich als vrouwtjes voordoen om daar voordeel uit te halen. Het is al eerder beschreven voor mieren, wespen en sommige vissoorten.

In alle gevallen is het doel het makkelijker vinden van een partner om zo het reproductieve succes te verhogen. Bij vogels is deze levensstijl echter bijzonder. Het is alleen eerder gesignaleerd bij kemphanen.