AMSTERDAM - Vrouwelijke slingerapen brengen hun zoons in contact met geschikte partners en vergroten daarmee hun eigen voortplantingssucces. 

Dat schrijven Amerikaanse en Braziliaanse antropologen in PNAS van 7 november. 

De noordelijke slingeraap (Brachyteles hypoxanthus) is een bedreigde apensoort die voorkomt in het Braziliaanse Atlantische regenwoud. In tegenstelling tot andere apen hanteren deze groepsdieren geen hiërarchie en is iedere aap dus gelijk in rang. Dit blijkt gevolgen te hebben voor de voortplantingskansen van de mannetjes.

Poep

De antropologen bestudeerden de samenstelling van de groep aan de hand van DNA uit poep van de dieren. 22 van de 67 waren jongen. Deze jongen waren afkomstig van dertien verschillende vaders.

De vader met de meeste kinderen droeg voor achttien procent bij aan dit kindertal. Dit is een veel lager percentage dan gebruikelijk is bij de hiërarchisch levende gorilla's en chimpanzees, waar het alfamannetje soms wel voor tachtig procent van het nageslacht zorgt.

Opmerkelijk was dat de mannetjes wanneer zij eenmaal geslachtsrijp zijn, nog twee jaar moeten wachten voordat ze zich voor het eerst mogen voortplanten. De mannetjes brengen het grootste deel van hun leven door in de buurt van leeftijdsgenoten, maar ook van hun moeder. Blijven ze daarbij dichter in de buurt, dan verwekken ze gemiddeld meer baby-aapjes, blijkt uit de studie.

Subtiel

De onderzoekers denken dat de moeders hun zonen in contact brengen met geschikte vrouwtjes die geen directe familie zijn. Relatief vaak paren de verschillende zonen met hetzelfde door hun moeder 'aangedragen' vrouwtje, wat vooral het voortplantingssucces van hun moeder verhoogt.

Hoe de moeders precies het contact leggen weten de onderzoekers niet. Van de mensapensoort bonobo is bekend dat moeders actief ingrijpen om seksueel gedrag van hun zoons met jonge vrouwtjes te stimuleren of belemmeren. Dat doen de slingerapenmoeders volgens de onderzoekers niet. Zij hanteren vermoedelijk een subtielere koppelstrategie.