AMSTERDAM - Wolven hoeven slechts twee simpele regels te volgen bij het jagen en het vangen van een prooi, blijkt uit computersimulaties.

De dieren hoeven hiervoor dus niet te communiceren of taken te verdelen.

De bevindingen zijn gedaan door onderzoekers uit Spanje en de Verenigde Staten. Ze publiceren het onderzoek in de novemberuitgave van het tijdschrift Behavioural Processes.

Omcirkelen

Computersimulaties van het volgen, opjagen en uiteindelijk omcirkelen van de prooi laten zien dat er slechts twee wiskundige regels nodig zijn om het gedrag van een troep wolven in het wild na te doen.

De eerste regel is dichter in de buurt van de prooi komen, maar wel op een veilige afstand blijven (de hoefdieren waar wolven op jagen zijn groot en kunnen een wolf lelijk toetakelen). De tweede regel is het vormen van een ruime cirkel om het prooidier heen doordat elke wolf van de anderen weggaat nadat de minimale veilige afstand bereikt is.

De enige informatie die de vijf wolven in de computersimulaties nodig hadden, was de positie van de andere wolven van de troep. Daarvoor gebruiken de dieren hun ogen; communicatie hierover met de andere leden is niet nodig. Uit de computermodellen bleek ook dat er geen hiërarchische structuur nodig was voor een succesvolle jacht.

Aanval

De resultaten suggereren dat wolven geen strikte hiërarchie en een hoge intelligentie nodig hebben om de jacht te plannen. Dankzij twee wiskundige regels deden de virtuele wolven namelijk vrijwel hetzelfde als wolven in het wild.

De virtuele wolven kwamen dichterbij en omcirkelden de prooi op dezelfde manier als echte wolven. Als de prooi probeerde te ontsnappen, zou een van de wolven een aanval doen, waardoor de prooi weer midden in de groep terecht kwam.