AMSTERDAM - Het dichte stof dat ongeveer de helft van alle superzware zwarte gaten in de kernen van sterrenstelsels omringt, is mogelijk vrijgekomen bij hevige botsingen tussen planeten en planetoïden.

Dat schrijft een internationaal team van astronomen in het tijdschrift Monthly Notices of the Royal Astronomical Society. In de kern van bijna elk groot sterrenstelsel schuilt een vaak vele miljoenen zonsmassa's zwaar zwart gat.

Veel van die zwarte gaten zijn omgeven door een dikke gordel van stof van onduidelijke oorsprong. De nieuwe theorie is gebaseerd op het gegeven dat ook in ons zonnestelsel veel stof aanwezig is, dat is vrijgekomen bij botsingen tussen kleine hemellichamen zoals kometen en planetoïden.

Volgens de astronomen is het heel waarschijnlijk dat de kern van een sterrenstelsel niet alleen wemelt van de sterren, maar ook van de planeten en planetoïden. In die omgeving zou het regelmatig tot botsingen tussen deze vaste hemellichamen kunnen komen.

En dat zou gepaard gaan met snelheden tot duizend kilometer per seconde – hevig genoeg om deze objecten volledig te verpulveren. Voor die planeten is dat natuurlijk jammer.

Maar het stof dat ze achterlaten dient een nuttig doel: het schermt een groot deel van de intense straling van de hete materie in de omgeving van het zwarte gat af. En dat maakt het centrale deel van het sterrenstelsel veel leefbaarder dan het anders zou zijn geweest.