AMSTERDAM - Een mammografie laten maken om borstkanker in een vroeg stadium op te sporen, redt nauwelijks levens.

Dat concluderen twee wetenschappers van Dartmouth College online in Archives of Internal Medicine.

Het gevolg van een mammografie, een röntgenfoto van de borst, is enerzijds dat vrouwen in een te vroeg stadium worden getest, waarin ze nog geen borstkanker hebben. Anderzijds krijgen vrouwen vaak te horen dat ze borstkanker hebben, terwijl ze dat uiteindelijk niet blijken te hebben.

Niet geholpen

Van de 138.000 Amerikaanse vrouwen waarbij jaarlijks borstkanker wordt gevonden doordat ze een mammografie hebben laten maken, zijn 120.000 tot 134.000 vrouwen niet geholpen door de test, zegt een van de onderzoekers, Gilbert Welch, in The New York Times.

Aanleiding voor hun onderzoek was dat veel vrouwen erg enthousiast zijn over het laten maken van een mammografie, terwijl nog niet wetenschappelijk bewezen was of dit daadwerkelijk levens redt.

De onderzoekers gebruikten software van het Amerikaanse Nationale Kanker Instituut. Daarmee bepaalden ze het risico om te overlijden aan borstkanker met en zonder mammografie. Dat deden ze bij vrouwen van 40, 50, 60 en 70 jaar.

Nu blijkt dat bij de zestig procent van de vrouwen die borstkanker ontdekten door een mammografie, 3 tot 13 procent daadwerkelijk geholpen was door de test. Dit betekent: 4000 tot 18.000 vrouwen per jaar in de Verenigde Staten.

Hoewel dit geen onbelangrijke aantallen zijn, vertegenwoordigen ze een fractie van de 39 miljoen Amerikaanse vrouwen die jaarlijks een of meerdere mammografieën krijgen.

Populariteitsparadox

Een vroege diagnose van borstkanker zorgt ervoor dat meer borstkankerpatiënten blijven leven. Hoe meer overlevenden, hoe groter het enthousiasme voor mammografieën. Dit is volgens de onderzoekers een zichzelf versterkend mechanisme, ook wel aangeduid als ‘de populariteitsparadox’ van mammografieën.