AMSTERDAM - De strijd om de titel 'grootste dwergplaneet van het zonnestelsel' is nog niet beslist.

Toen in 2005 de verre ijsdwerg Eris werd ontdekt, leek het erop dat deze aanzienlijk groter was dan Pluto, die toen nog als een volwaardige planeet werd gezien. Maar nieuwe waarnemingen laten zien dat de grootte van Eris overschat is: de beide dwergplaneten zijn vrijwel even groot.

De ontdekking van Eris was de aanleiding tot een discussie binnen de Internationale Astronomische Unie over wat je nou wel een planeet mag noemen en wat niet.

Het resultaat van die discussie was dat er een nieuwe klasse van hemellichamen werd bedacht: die van de dwergplaneten. Pluto heeft een middellijn van ongeveer 2330 kilometer.

Een recente schatting van de grootte van Eris, gebaseerd op waarnemingen met de Hubble-ruimtetelescoop kwam uit op 2400 kilometer, met een onzekerheid van honderd kilometer: nauwelijks groter dan Pluto dus.

Verdere metingen

De meest recente berekeningen laten echter zien dat Eris misschien zelfs maar 2326 kilometer groot is, met een onzekerheidsmarge van twaalf kilometer. Dat volgt uit waarnemingen van de bedekking van een ster door Eris, die in 2010 vanuit Chili is waargenomen.

Welke van de twee nu echt het grootst is, zal uit verdere metingen moeten blijken. Eén ding staat echter nu al vast: Eris is aanzienlijk zwaarder dan Pluto en heeft dus een grotere dichtheid. Anders dan Pluto, die voor ongeveer de helft uit ijs bestaat, bestaat Eris waarschijnlijk grotendeels uit gesteente.