AMSTERDAM - Een grootschalig onderzoek van verre sterrenstelsels lijkt korte metten te hebben gemaakt met de theorie dat botsingen tussen sterrenstelsels verantwoordelijk zijn voor het activeren van de superzware zwarte gaten in de kernen van deze stelsels.

Het onderzoek is uitgevoerd met de Hubble-ruimtetelescoop. Uit de survey, CANDELS geheten, blijkt dat stelsels met een actieve kern net zo vaak bij een botsing betrokken zijn als stelsels waarvan het centrale zwarte gat in diepe rust is.

Hoewel waarschijnlijk elk groot sterrenstelsel een zwart gat van vele miljoenen zonsmassa's in zijn kern heeft, is daar meestal weinig van te merken.

Pas als dat zwarte gat gaswolken of sterren uit zijn omgeving weet op te slokken, komt het tot leven: de materie die naar het zwarte gat toe stroomt wordt extreem heet en verandert daardoor in een bron van intense, energierijke straling.

Verstoord

Lang is gedacht dat sterrenstelsels door onderlinge botsingen zodanig worden verstoord, dat hun centrale zwarte gaten op een flinke aanvoer van sterren en gas mogen rekenen. Maar van zo'n direct verband lijkt dus geen sprake te zijn.

Bij de CANDELS-survey, waarbij sterrenstelsels tot op afstanden van elf miljard lichtjaar zijn onderzocht, zijn tal van stelsels met actieve kernen gevonden waarbij niets op een botsing met een soortgenoot wijst. Eerder was iets soortgelijks al vastgesteld bij sterrenstelsels op afstanden tot acht miljard lichtjaar.

De vraag is nu waardoor de superzware zwarte gaten dan wél actief worden. Volgens de onderzoekers moet dit oorzaak nu binnen de sterrenstelsels zelf worden gezocht. Misschien is het simpelweg een kwestie van toeval dat er af en toe een ster of gaswolk in de greep van zo'n zwart gat komt.