AMSTERDAM - Astronomen hebben met de Europese Very Large Telescope voor verschillende tijdstippen het vroege heelal gepeild, terwijl dit doorzichtig werd voor ultraviolette straling.

Die korte fase in de geschiedenis van het heelal - die het reïonisatietijdperk wordt genoemd - voltrok zich ongeveer dertien miljard jaar geleden.

Nauwkeurig onderzoek van enkele van de verste sterrenstelsels die we kennen, heeft het team in staat gesteld om het chronologische verloop van de reïonisatie in kaart te brengen. Daaruit blijkt dat het reïonisatietijdperk korter heeft geduurd dan tot nu toe werd gedacht.

Ongeveer 400 duizend jaar na de oerknal was de ruimte gevuld met neutraal waterstofgas dat geleidelijk werd geïoniseerd, dat wil zeggen: gescheiden in protonen en elektronen. Dat gebeurde onder invloed van de energierijke straling van de eerste sterren en sterrenstelsels.

Voortgang

Omdat de materie in het heelal ook kort na de oerknal al eens geïoniseerd was, spreken astronomen in dit geval van reïonisatie. Een internationaal team van astronomen heeft nu gekeken of aan het licht van een vijftal verre sterrenstelsels op uiteenlopende afstanden de voortgang van het ionisatieproces kan worden afgelezen.

Dat blijkt inderdaad te kunnen: bij de twee verste stelsels, die zich op een afstand van ongeveer 12,9 miljard bevinden, is duidelijk meer ultraviolette straling door neutraal waterstofgas geabsorbeerd dan bij de minder verre stelsels die 200 miljoen lichtjaar 'dichterbij' staan.

Hieruit kan worden afgeleid dat de reïonisatie van het kosmische waterstof binnen enkele honderden miljoenen jaren was voltooid - sneller dan tot nu toe werd gedacht.