AMSTERDAM - Nieuw onderzoek wijst erop dat de superzware zwarte gaten in de kernen van sterrenstelsels de vorming van nieuwe sterren toch niet hinderen.

Die indruk bestond wel, omdat astronomen deze objecten voornamelijk aantroffen in de grootste, zwaarste sterrenstelsels, die vrijwel geen jonge sterren bevatten.

Maar een nieuwe survey van sterrenstelsels van uiteenlopende aard pleit de zwarte gaten vrij. In de kernen van de meeste, misschien zelfs alle grote sterrenstelsels bevindt zich een miljoenen zonsmassa's zwaar zwart gat.

Dat object zelf is niet rechtstreeks waarneembaar, maar verraadt zijn aanwezigheid door zijn 'vraatzucht'. De materie die het uit zijn omgeving aantrekt, wordt dermate heet dat zij - voordat ze in het zwarte gat verdwijnt - intense röntgenstraling uitzendt.

Steekproef

Met de röntgensatellieten XMM-Newton en Chandra hebben Amerikaanse astronomen bij een steekproef van 25.000 sterrenstelsels nu 264 stelsels ontdekt die veel röntgenstraling produceren.

Dat bleken sterrenstelsels van allerlei soorten te zijn: grote en kleine, stelsels met uitsluitend oude sterren en stelsels met veel jonge sterren. Kortom: de aanwezigheid van een superzwaar zwart gat dat materie opslokt uit zijn omgeving heeft geen invloed op de stervorming.