AMSTERDAM - Waarnemingen aan een nabijgelegen dwergsterrenstelsel werpen mogelijk nieuw licht op het raadsel van de reïonisatie van het heelal, in de prille jeugd van de kosmos.

Toen het heelal nog jong was, was het gevuld met koud en donker neutraal waterstofgas. Op enig moment is dat intergalactische gas (opnieuw) geïoniseerd geraakt - tegenwoordig bestaat het ijle gas uit losse positief geladen atoomkernen en negatief geladen elektronen.

Kosmologen weten niet zeker of die reïonisatie op gang is gebracht door de energierijke straling van afzonderlijke zware reuzensterren, of door de straling van de actieve kernen van sterrenstelsels.

Een van de problemen met de theorie dat afzonderlijke sterren verantwoordelijk waren voor de kosmische reïonisatie is dat die straling maar moeilijk kan ontsnappen uit de sterrenstelsels waarin de zware sterren zich bevinden: energierijke UV-straling wordt namelijk ook geabsorbeerd door het interrstellaire gas in het betreffende stelsel.

Ontsnappen

Waarnemingen aan het nabijgelegen dwergstelsel NGC 5253 in het sterrenbeelde Centaurus, verricht door astronomen van de Universiteit van Michigan, hebben nu echter laten zien dat de extreem-ultraviolette straling van zware sterren in een sterrenstelsel wel degelijk kan 'ontsnappen', via relatief smalle, kegelvormige 'openingen' die in het interstellaire gas zijn geblazen door de krachtige sterrenwinden van diezelfde sterren.

Dat doet vermoeden dat zware sterren in de prille jeugd van het heelal wel degelijk verantwoordelijk geweest kunnen zijn voor de grootschalige reïonisatie van de kosmos. De nieuwe resultaten worden woensdag gepubliceerd in Astrophysical Journal Letters.