AMSTERDAM - Of iemand nog kan fietsen, kan aantonen of die persoon de ziekte van
Parkinson heeft, of een aandoening die er veel op lijkt. Dat concluderen Japanse wetenschappers.

De nieuwe informatie is in de ogen van de onderzoekers nuttig, want die ‘atypische parkinsonismen’ reageren anders op behandelingen.

Wetenschappers van de Japanse Wakayama Medical University publiceren die conclusie
op 7 oktober in het Journal of Parkinson’s Disease.

Het onderscheid tussen de verschillende parkinsonismen en de 'echte' Ziekte van Parkinson is belangrijk, omdat de behandeling onderling verschilt en een vroege diagnose dus helpt in de bestrijding.

Fietsen

De Japanners ontdekten dat 88.9% van de patiënten met atypisch parkinsonisme rond de
beginjaren van de ziekte het vermogen om te fietsen verliezen, terwijl mensen met de ziekte
van Parkinson gewoon op hun fiets konden blijven rijden. Van die laatste groep gaf slechts
9.8% het fietsen op.

Omdat de omstandigheden voor fietsers per land verschillend zijn, vragen de onderzoekers
zich wel af of deze ‘fietstest’ een echt betrouwbare meetmethode kan worden.

In Nederland, een van de meest fietsvriendelijke landen, lag het percentage patiënten met
atypisch parkinsonisme dat het fietsen opgaf al een stuk lager dan gemiddeld, op 51,5%.
Japan, met smalle, drukke wegen en heuvelig landschap, zou het sowieso al een stuk lastiger
maken om te fietsen en dus een vertekend beeld kunnen geven.

Test

Dr Miwa, een van de Japanners, zegt daarover: “Ook al verschillen de fietsculturen van land
tot land, het is mogelijk dat de ‘fietstest’ een bijdrage kan leveren aan een betere en meer
gedifferentieerde diagnose. Als we patiënten zien met parkinsonisme en we kunnen er
geen definitieve diagnose bij maken, dan is het namelijk erg makkelijk om gewoon even te
vragen: ‘kunt u nog steeds fietsen?’.''