AMSTERDAM - De extreem schuine stand van de rotatie-as van Uranus wordt doorgaans toegeschreven aan één grote botsing met een planeet die enkele malen groter was dan de aarde.

Maar nieuw onderzoek, gepresenteerd tijdens het grote internationale planeetonderzoekscongres dat deze week in Nantes wordt gehouden, wijst erop dat die theorie wat verfijning kan gebruiken. De rotatie-as van Uranus ligt vrijwel in het baanvlak van de planeet.

Anders gezegd: Uranus ligt op zijn kant. En vreemd genoeg zijn de banen van zijn manen mee gekanteld. Met name dat laatste is met het enkelvoudige botsingsmodel moeilijk verklaarbaar.

Daarom heeft een internationaal team van wetenschappers, onder leiding van Alessandro Morbidelli van de sterrenwacht van de Cote d'Azur, een computer aan het werk gezet om allerlei botsingsscenario's door te rekenen.

Twee keer getroffen

Deze computersimulaties laten zien dat de huidige situatie zich goed laat reproduceren als Uranus in een heel vroeg stadium - toen zijn manen nog niet waren gevormd - minstens twee keer door een flink hemellichaam is getroffen.

Door die botsingen kantelde niet alleen de planeet, maar ook de schijf van restmateriaal waar hij nog door omringd was. Uit die puinschijf zouden vervolgens de huidige manen zijn gevormd.