AMSTERDAM - De grote planetoïde Vesta is een verbazingwekkend veelzijdige wereld.

Dat blijkt uit de eerste wetenschappelijke waarnemingen van de Amerikaanse ruimtesonde Dawn, die vandaag gepresenteerd zijn op een groot internationaal planeetonderzoekscongres in Nantes.

Dawn kam in juli aan in een baan rond de planetoïde, en heeft het ca. 500 km grote hemellichaam in augustus vanaf gemiddeld 2700 kilometer afstand waargenomen.

IJzerkern

Uit metingen aan volume en massa kon de gemiddelde dichtheid van Vesta worden afgeleid, waaruit blijkt dat de planetoïde een ijzerkern met een middellijn van ca. 230 kilometer moet hebben.

De mineralogische samenstelling van het oppervlak vertoont een grote variëteit, vooral in de directe omgeving van inslagkraters, waar vermoedelijk materiaal uit de mantel aan het oppervlak is gekomen. De ware aard van extreem donkere en relatief heldere gebieden op Vesta is nog niet achterhaald.

Kraterdichtheid

Vesta vertoont ook een groot verschil in kraterdichtheid tussen het noordelijk en het zuidelijk halfrond. Sommige delen van het zuidelijk halfrond lijken minder dan twee miljard jaar oud, terwijl het noordelijk halfrond - op basis van kratertellingen - gedateerd wordt op ca. vier miljard jaar.

Vermoedelijk is een groot deel van het zuidelijk halfrond bedolven geraakt onder materiaal dat werd weggeworpen bij de vorming van het kolossale inslagbekken aan de zuidpool van het hemellichaam.

Vrijwel in het midden van dit zuidpoolbekken ligt een gigantische berg met een middellijn van ca. 200 kilometer en een hoogte van ongeveer 20 kilometer. Onduidelijk is of het hier om een 'normale' centrale berg van een inslagkrater gaat, zoals ze ook in o.a. maankraters voorkomen.

Veel ruwer

Rond de evenaar van Vesta liggen uitgestrekte stelsels van groeven, gecnetreerd rond het inslagbekken. Het oppervlak van de planetoïde blijkt veel ruwer te zijn dan verwacht. Enkele opvallende kraters op Vesta zijn inmiddels genoemd naar de zogeheten Vestaalse maagden uit de Romeinse mythologie.

Het inslagbekken aan de zuidpool is Rheasilvia genoemd, naar de moeder van Remulus en Romus.