AMSTERDAM - Gegevens van de NASA-satelliet Kepler, die planeten buiten ons zonnestelsel opspoort, wijzen erop dat planeten vaak te vinden zijn bij sterren die relatief veel 'metalen' (elementen zwaarder dan helium) bevatten.

En de vindkans van planeten van het soort aarde - klein en 'rotsachtig' - is het grootst bij sterren van bescheiden afmetingen. Dat volgt uit een inventarisatie van de eerste 1235 kandidaat-planeten die Kepler heeft ontdekt.

Dat metaalrijke sterren de meeste planeten produceren, komt niet als een verrassing. Alle planeten bestaan nu eenmaal voor het overgrote deel uit elementen zwaarder dan helium.

En ook voor de relatie tussen de massa van een ster en de grootte van zijn planeten bestaat een voor de hand liggende verklaring. Voor de vorming van een grote planeet is veel meer materiaal nodig dan voor een kleine, en rond een zware ster blijft gewoon meer restmaterie achter waaruit zich planeten kunnen vormen.

Dat de Kepler-resultaten deze eenvoudige vuistregels bevestigen, kan het opsporen van leefbare planeten als de onze helpen bespoedigen. Bij een gerichte zoektocht naar deze planeten kunnen zware, metaalarme sterren buiten beschouwing blijven.