UTRECHT – Vogels met relatief grote hersenen blijken in Oost-Duitsland en Tsjechië na de val van het IJzeren Gordijn een streepje voor te hebben gehad op minder intelligente soorten.

Dit hebben onderzoekers van het Biodiversiteit en Klimaat Onderzoekscentrum uit Frankfurt en de Praagse Karelsuniversiteit ontdekt.

De gegevens zijn verzameld door een grote groep Duitse vogelspotters die zowel in Tsjechië als in Oost- en West-Duitsland populatieveranderingen hebben bijgehouden voor 57 verschillende soorten zangvogels.

Hieruit blijkt dat sinds 1989 vogels met relatief grote herseninhoud, zoals de Vlaamse gaai, in aantal zijn toegenomen in gebieden die eerder onder communistisch bestuur stonden.

Vogels met kleinere hersenen ten opzichte van lichaamsgrootte is dit niet gelukt. In West-Duitsland traden in dezelfde periode geen verschuivingen op.

Landschapsveranderingen

Volgens de onderzoekers zegt de herseninhoud iets over de intelligentie en het aanpassingsvermogen van de vogels en verklaart dit het succes van sommige slimmeriken.

Na de val van het commmunisme is het landschap in Oost-Europa relatief snel veranderd. Zo werden in stedelijke gebieden meer parken en groenzones aangelegd en moesten in de randgemeenten juist huizen worden bijgebouwd om de nieuwe middenklasse op te vangen.

Intelligentere vogels waren blijkbaar beter in staat om nieuwe niches te vinden in het veranderde landschap. Zo kun je in hartje Berlijn tegenwoordig ook raven zien vliegen, vogels die bij uitstek bekend staan om hun slimme gedrag. Ook eksters, koolmezen en pimpelmezen hebben zich relatief goed kunnen aanpassen.

Kieskeurig is kwetsbaar

Los van regionale verschillen onder invloed van landschapsveranderingen viel het op dat in alle gebieden kieskeurige vogels het zwaar hebben.

Vogels die elk jaar grote afstanden moeten trekken en afhankelijk zijn van specifieke voedselbronnen, zijn volgens de onderzoekers dan ook kwetsbaarder voor grensoverschrijdende milieuveranderingen, zoals de opwarming van het klimaat.